Skeet dicipline

Stel je even voor: je verplaatst je in een cirkel rond een waterplas of waterreservoir. Vogels komen van alle kanten binnen die cirkel gevlogen om even te komen drinken. En je probeert die vogels dan te schieten. Zo kan je je de skeet een beetje inbeelden.

Bij de skeet beweegt de schutter zich rond de schietschijven, de kleis, die worden afgeworpen vanuit en hoog en een laag huis waarin de werpmachine “trapmachine”) zich bevindt. De kleis hebben steeds dezelfde vluchtroute, dezelfde snelheid en dezelfde vluchtbaan, maar door het feit dat schutter telkens van plaats wisselt, verandert steeds de hoek tegenover de vluchtbaan verandert waardoor de “voorgift” van het schot groter of kleiner zal lijken. (In feite blijft deze voorgift steeds ongeveer gelijk: vooraleer de hagel de klei treft zal deze laatste nog een zekere afstand afleggen waarmee dient rekening gehouden, alleen, hoe kleiner de hoek tussen de vluchtbaan van de hagel en de klei kleiner wordt zal ook de voorgift “kleiner” worden.)
De skeet kan met elk wapen dat twee keer kan schieten zonder opnieuw te hoeven laden. Maar hoe nauwer de loop, zoals bij kaliber 20, 28 of 410, des te moeilijker een treffer wordt. Wat de hagel betreft geniet hagel 7 de voorkeur, (bij loodpatronen is dat hagel 9) maar alle hagel tussen 7 en 9 kan worden gebruikt.

Skeet wordt geschoten op een schietveld waarbij er 7 schietposten aan de buitenzijde van een (bijna) halve cirkel. Twee werphuizen, een hoog huis en een laag huis staan op ongeveer 38,5 meter van elkaar. De lijn die de beide huizen met mekaar verbindt noemt men de basislijn. Deze basislijn is gelegen op 5,5m van het middelpunt van de cirkel. De eerste schietpost is tegen het Hoge huis, schietpost 7 ligt voor het lage huis. Alle schietposten, die 0.9×0,9 m2 in oppervlakte zijn, liggen op gelijke aftstanden (8,13m) van mekaar aan de buitenkant van de cirkellijn., waarbij de voorzijde van de post-tegel ligt op deze cirkellijn. Voor de Olympische Skeet is er nog een post acht, groot 0.9 x 1,8m, gelegen volgens zijn lengteas midden op de basislijn tussen de beide werphuizen. Hier is het de bedoeling dat de klei wordt geschoten voor ze het middelpunt van de cirkel bereikt. Dit middelpunt wordt aangeduid door een paal of piket.

Bij het afwerpen van de kleis is de vluchtrichting ervan steeds de zelfde. De snelheid waarmee ze vliegt, en dus ook de afstand die de kei zal afleggen voor ze de grond raakt wordt bepaald in de verschillende subdisciplines. Als subdisciplines heb je: de Olympische Skeet, de Jachtskeet, de Amerikaanse Skeet, de Engelse Skeet, de Sportskeet (de Nederlandse variant van de Vlaamse Jachtskeet), de Old Skeet. Bij de Skeet 92 gaat men terug naar de regels van de Olympische Skeet uit de jaren 90.
Dit was in het kort hoe een schietbaan voor Skeet eruitziet. Hoe wordt dit “spelleke” nu “gespeeld”.
We nemen als voorbeeld de Jachtskeet.

Een ronde Jachtskeet bestaat uit 25 doelen of kleis die moeten geschoten worden.
De schutter start op post 1 en schiet eerst een enkel klei vanuit het hoge huis. Dan mag hij bijladen voor een enkel klei uit het lage huis. Dan moet de schutter herladen en schiet hij –overigens telkens na afroepen dat hij klaar is- een dubbel, zijnde een klei uit het hoog huis en een klei uit het laag huis die tegelijkertijd worden afgeworpen. Bij de dubbels moet geweten dat steeds eerst de uitgaande klei (=de klei die van u wegvliegt) moet geschoten worden , en dan daarna de inkomende klei. Nadat elke schutter post één heeft afgewerkt gaan ze naar post 2. Hier worden dezelfde kleis geschoten als op post 1. Daarna gaan ze naar post drie waar enkel de twee enkele kleis, één uit hoog huis, één uit laag huis, moeten worden geschoten. Vervolgens post 4 die verloopt zoals post 3. Post 5 komt daarna: eerst het hoge huis, daarna het lage huis en daarna de dubbel. Vermits hier de klei uit het lage huis het uitgaande doelwit is moet hier bij de dubbels eerst deze klei worden geschoten en daarna de klei uit het hoge huis. Hetzelfde geldt voor post 6. Op post 7 doen we hetzelfde als op posten 5 en 6 maar we sluiten hier af met nog een enkele klei vanuit het lage huis die de 25ste klei is.
Deze onderdiscipline van de Skeet is misschien de gemakkelijkste. In wedstrijden in deze discipline worden de hoogste scores neergezet. Reglementair is de vlucht van de kleis niet de snelste: de klei valt na een vlucht van ongeveer 60 meter, en de klei vertrekt steeds onmiddellijk na het afroepen.
Overigens is volgens de opinie van de meeste kenners, post 7 van de jachtskeet de beste plaats om het schieten, en de skeet in het bijzonder, te beginnen leren. Voor de uitgaande klei dient men nog niet bezig te zijn met voorgift vermits de hagel de baan van de klei praktisch volgt, terwijl de inkomende klei zeer dichtbij komt en hier ook geen echt probleem van voorgift stelt.

In de Olympische skeet is het wel even anders.
- de klei vliegt flink wat sneller en mag de grond pas raken na 67 tot 69 meter
- een timer vertraagt het vertrek van de klei tussen 0 en 3 seconden
- er zijn geen enkele kleis “inkomers” behalve op posten 4 (2 inkomers of 2 uitgaanders??) en post 8
- op post 8 moet de klei worden getroffen voor de middenpaal. Men moet zeer vlug zijn.
- de twee dubbels op post 4 zijn voor vele schutters ware “kopbrekers”
Ben je klaar voor de uitdaging? Ben je klaar om het te proberen? Kom langs, bel, mail, we helpen je graag.